UAT Studioby Salvion
Help · Koppelingen

UAT Studio koppelen aan Make

Gebruik je UAT in Make-scenario's: lees nieuwe issues en sign-offs, log issues en voeg testers toe vanuit andere apps. Met de HTTP-module en een API-sleutel van het project.

Duurt ongeveer 15 minutenWie een projectbeheerderWerkt met elk Make-abonnementPakketten Team, Business, Partner en Enterprise
Voordat je begint

Wat je nodig hebt

  • De module Connections in je werkruimte: die zit in de pakketten Team, Business, Partner en Enterprise, en als add-on Integrations for one UAT bij het pakket Project.
  • Beheerdersrechten in het project in UAT Studio.
  • Een Make-account. Het gratis abonnement werkt.
Instellen · één keer per project

UAT Studio koppelen aan Make

1

Maak een API-sleutel in UAT Studio

  1. Log in op app.uat.studio, open het project en ga naar Setup.
  2. Typ in de kaart API keys een naam zoals Make en klik op Create API key.
  3. Klik op Copy. UAT Studio toont de sleutel maar één keer; houd het venster open tot je hem hebt geplakt.
De kaart API keys op Setup: een bestaande sleutel met zijn laatste vier tekens, en een nieuwe sleutel met de naam Make die wordt aangemaakt
Een sleutel werkt voor dit ene project. Maak er één per project en één per tool, zodat je ze los kunt intrekken.
2

Voeg een HTTP-module toe aan een scenario

  1. Klik in Make op Create a new scenario en klik op de grote +.
  2. Zoek op HTTP en kies Make a request.
Er komt een UAT Studio-app voor MakeTot die er is, doet de HTTP-module hetzelfde. Als de app er is, kies je UAT Studio en plak je dezelfde API-sleutel.
3

Vul het verzoek in

Vul de velden van Make a request van boven naar beneden in. Velden die niet in de tabel staan, laat je zoals ze zijn.

VeldWat je invult
Authentication typeNo authentication. De sleutel gaat in de header hieronder.
URLhttps://app.uat.studio/api/v1/issues?order=created, of een ander adres uit de tabel hieronder.
MethodGET om te lezen, POST om aan te maken, PATCH om te wijzigen.
HeadersKlik op Add a header. Name: Authorization. Value: Bearer, een spatie en je API-sleutel.
Query parametersLeeg laten.
Body content typeOm te lezen (GET): leeg laten. Om aan te maken of te wijzigen: application/json.
Body input methodAlleen om aan te maken of te wijzigen: JSON string.
Body contentAlleen om aan te maken of te wijzigen: de velden als JSON, bijvoorbeeld {"title": "Save fails", "severity": "High"}.
Parse responseYes, zodat de volgende modules de velden van de issues kunnen gebruiken.
Pagination typeLeeg laten.

Klik op Save.

4

Voer het uit en stel het schema in

  1. Klik op Run once. De uitvoer toont de issues van je project.
  2. Voeg de volgende modules toe: een Iterator over de lijst met issues, een Filter (bijvoorbeeld ernst is Critical) en de app die iets moet doen, zoals Slack of Google Sheets.
  3. Wil je alleen op nieuwe issues reageren, voeg dan &since= toe met het tijdstip van de vorige run, of gebruik de Data store van Make om de sleutels te onthouden die je al hebt verwerkt.
  4. Stel het schema in (bijvoorbeeld elke 15 minuten) en zet het scenario aan.
Wat je kunt gebruiken · https://app.uat.studio/api/v1

De adressen van de API

SoortVerzoekWat het doet
LezenGET /issues?order=createdDe nieuwste issues. order=updated: de laatst gewijzigde. Ook since, status en limit (tot 100).
LezenGET /issues/ISS-012Eén issue.
LezenGET /signoffsDe sign-offs, nieuwste eerst.
AanmakenPOST /issuesEen nieuw issue: title, en eventueel description, severity, priority, test_number, step_number, assignee.
WijzigenPATCH /issues/ISS-012status, severity of assignee, met eventueel een comment.
WijzigenPOST /issues/ISS-012/commentsEen comment in de historie.
AanmakenPOST /testersEen tester: name, en eventueel email en group.

Elk issue komt met zijn sleutel (ISS-012), titel, beschrijving, ernst, prioriteit, status, toegewezen persoon, de test en de tester die het vond, het ticket in Jira of Azure DevOps en een link naar UAT Studio.

Ideeën

Wat teams ermee bouwen

  • Een bericht bij elk Critical issue in een chatkanaal, met een filter op ernst.
  • Elke sign-off in een spreadsheet of je portfoliotool, zodat de stuurgroep ziet welke UAT's zijn goedgekeurd.
  • Testers uit een formulier of je HR-systeem: een nieuwe regel wordt een tester in de juiste groep.
  • Issues uit een supporttool: een ticket met een label wordt een issue in de UAT, gekoppeld aan zijn test.
Als er iets misgaat

Veelvoorkomende meldingen

MeldingWat je doet
The API key is not validDe sleutel is ingetrokken of verkeerd overgenomen. Maak een nieuwe sleutel onder Setup › API keys en koppel opnieuw.
Connections … are not part of the planDe werkruimte heeft de module Connections niet. Voeg die toe onder Plan & billing.
This workspace is read-onlyHet pakket is afgelopen. Lezen werkt nog; aanmaken en wijzigen niet.
There is no issue ISS-…De sleutel hoort bij een ander project, of het issue is samengevoegd. Controleer de sleutel en de issue-sleutel.
Er gebeurt niets na een nieuw issueHet scenario draait volgens zijn schema. Controleer of het aan staat en of de sleutel bij het juiste project hoort.
Beveiliging

Hoe de sleutel veilig blijft

  • Een sleutel geeft toegang tot één project, verder niets in je werkruimte.
  • UAT Studio bewaart alleen een vingerafdruk van de sleutel, nooit de sleutel zelf. Setup toont de laatste vier tekens en wanneer hij voor het laatst is gebruikt.
  • Revoke op Setup schakelt een sleutel direct uit.
  • Elk issue of elke tester die via een sleutel is aangemaakt of gewijzigd, staat in de historie van het issue en in het auditlog, met de naam van de sleutel.
  • Zet een sleutel nooit in een mail, een chat of code; plak hem alleen in Make.